Terug naar plantage Slootwijk-Toegoe kondré, Suriname

Met reisorganisatie Travel the Guainas vaar ik morgen met een groep medereizigers in een korjaal over de Commewijnerivier en meren we aan bij plantage Slootwijk/Toegoe Kondré. De coördinator van het reisbureau heeft mijn wens vervuld.

Wat ga ik morgen zien? Wat ga ik voelen?

Mijn gedachten gaan nu naar mijn ouders: Samuel Kantil en Saartje Abrahams. Ik word emotioneel. Herinneringen in flarden volgen elkaar op.

Ik zie mezelf met mijn vader in de cacaoplantage. Ik zie de boom waaraan grote cacaovruchten hangen. Om een cacaoboon zie ik witte pulp waaraan ik zoog. In mijn hoofd ervaar ik weer de zachtheid en zoetheid ervan.

Ik zie mezelf met een blik met gaten aan een draad waarin brandende kooltjes zitten door de straat lopen. Er lopen ook andere kinderen op straat. We rapen mango’s op die van de bomen vielen. Ik proef weer de smaak en ruik weer de geur van de mangosoort Roodborstje. Ik voel weer de pijn toen een brandend kooltje in mijn laars viel. Ik kijk nu onder mijn rechtersok en zie de litteken aan de binnenkant van mijn enkel. 

De monding van de Commewijnerivier en de wal waar mijn moeder en andere moeders de was deden. Elk kledingstuk werd keihard op een steen geslagen. Nooit heb ik gevraagd wat de functie hiervan was. In die monding zwommen we ook. Ik zie een zwarte slang over het water glijden. Iedereen schrok en schreeuwde: “Een slang!” Zijn we aan wal gegaan? Dat ontbreekt in mijn herinnering.

We aten groenten en fruit uit eigen tuin. De djambu-air voor ons huis. Ik proef weer de smaak: neutraal en wrang. Blijkbaar waren ze nog niet rijp.

De lagere school waar we lopend naartoe gingen. De juf, mevrouw Dankoor?, was van mening dat ik klas drie over kon slaan. In Nederland had de onderwijzer een andere mening: gewoon klas drie doorlopen. Men vond het verschil met het onderwijs in Suriname te groot.

Zo kan ik nog doorgaan. Veel herinneringen. Alleen flarden.

Morgen zet ik voet aan de wal van plantage Slootwijk, waar de Toegoe-gemeenschap van 1963 tot 1967 woonde. Voor ons, als kinderen, was het een mooie tijd. Voor onze (groot)ouders was het een periode in hun leven doordrenkt met tegenslagen en armoede. Desondanks hebben wij kinderen geen trauma’s opgelopen. De geborgenheid van onze ouders en de gemeenschap speelt daar een grote rol bij.

Fony Kantil 8 jaar. Plantage Slootwijk, Suriname. Paspoortfoto voor terugkeer Nederland 1967
Toegoenezen in Slootwijk, Suriname 1963-1967. Nieuwjaar viering
Scroll naar boven